Boer en Zuivel

Geschatte leestijd: 6 minuten


Land van Boer en Zuivel: “Pas heel goed op de koe, dan past de koe ook goed op jou.”

In 2008 nam Otto Jan Bokma samen met zijn gezin de Nylander over. Ze waren helemaal niet van plan om zelf kaas te gaan maken. Maar ja, er zat wel een kaasmakerij én een boederijwinkel bij. Zijn vrouw heeft toen een middag meegelopen met de vorige eigenaresse. Haar werd meteen duidelijk gemaakt dat men bij de Nylander komt voor de rauwmelkse kaas die daar wordt gemaakt. Niet voor gepasteuriseerde kaas uit de fabriek. “Dat was meteen een uitgemaakte zaak”, vertelt Otto Jan. “Want wie A zegt, zegt ook B, vonden we. Mijn neef heeft toen acht keer met de vorige eigenaar kaas gemaakt. Zo zijn we het avontuur begonnen.”

Wist je toen nog niets van kaas?

“Helemaal niks, nul komma nul! We hebben de sprong in het diepe gewaagd. En dat heeft goed uitgepakt. M’n oudste schoondochter Mariska maakt de kaas. Arjen, onze oudste zoon, is getrouwd met Mariska, maar hij werkt buiten de boerderij. Mijn tweede zoon, Gerbrand, verzorgt de koeien. Zijn vrouw Lianne maakt de boter. Onze derde zoon is Sander. Ook hij maakt kaas, helpt met de koeien én hij staat in de winkel. Daarnaast verzorgt hij samen met zijn vrouw Petra zowel de personeelszaken als de boekhouding van de Nylander. Tenslotte heeft Anne Wieke, onze jongste dochter, samen met een van onze personeelsleden, de leiding over de boerderijwinkel.”

Wat doe je zelf?

“Zelf doe ik de handel buiten onze versmarkt om. Ik maak afspraken met de winkels in Nederland. Pionieren wil ik het niet noemen, maar als ik ergens een kans zie, dan probeer ik ‘m wél te pakken. Mijn vrouw zegt wel eens, ‘jongen, doe die laptop nou een keer dicht’. Maar ik ben altijd bezig. Dat zit in m’n bloed! Nu hebben we net een nieuwe kaas gemaakt. Een blauwaderkaas, een rauwmelkse Jersey, een blauwbunker… nou ja, dat moeten de mensen weten! Dus ik zet het op Facebook en stuur – om te proeven – hier en daar wat stukjes van de nieuwe kaas naartoe. Ook naar de horeca natuurlijk. Ik was vroeger heel verlegen, maar daar ben ik overheen gegroeid. Ik vertel ons verhaal en verzorg de rondleidingen door onze nieuwe kaasmakerij en de ontvangstruimte. Daar komen veel mensen op af.”

Je hebt ook een nieuwe winkel ingericht?

“Inderdaad. Drie jaar geleden hebben we op een aparte locatie een nieuwe winkel ingericht, Versmarkt de Drie Ambachten. In het gebouw zat vroeger mijn lagere school, en nu zitten wij daar, samen met de plaatselijke bakker en slager. Het zit pal naast de Aldi. Het is een hele goede combinatie op een prachtige locatie. Iedereen die iets nodig heeft, gaat daarnaartoe. Mensen willen weten, waar komt mijn kaas, melk en dat stukje vlees vandaan?”

Je vindt het belangrijk om in harmonie met de natuur te leven en gezonde voeding te produceren. Hoe breng je dat in de praktijk?

“We hebben ongeveer 80 hectare land in gebruik, waarvan 50 rondom de boerderij. Achter in het land ligt een stuk met hoge waterstand. In 1978 tijdens de ruilverkaveling wilde iedereen juist laag water hebben en drainage. Maar wij zijn weer overgestapt op ouderwets land met een greppeltje erin. Met allemaal kruiden in het gras. Een heel gedeelte is plas-dras, waar veel vogels op afkomen. We gebruiken nog veel oude stalmest. In de oude schuur hebben wij een potstal gemaakt voor het jongvee. Deze week hebben we de stal met een kraan leeggehaald en de stalmest buiten op een grote hoop gegooid. Dat gaat verrotten en fermenteren. Zo krijg je prachtige mest voor op het land. In januari, het was net een paar dagen winter, hebben we dertig hectare grond bemest met mest van twee jaar oud. In het voorjaar kon je het resultaat zien, het land was allemaal weer veel groener. Bovendien zorgt die oude mest voor gezond bodemleven. Met veel wormen, waar ook weer weidevogels op afkomen. Het land is eerst voor de weidevogels. Wanneer de kuikens uitgekomen zijn en kunnen vliegen, dan mogen we het maaien. Dat hebben we nu gedaan, dan kan straks het jongvee erin.”

Voor jullie is ‘boeren’ een levensstijl, een passie, begreep ik. Kan je dat uitleggen?

“Dat is een uitspraak van mijn zoon, van Gerbrand. Het ‘boer zijn’ is een levenswijze. Kijk, je mag werken met koeien, met de dieren, maar je moet ze wel heel goed behandelen. De veehouderij wordt regelmatig in een kwaad daglicht gesteld. De dieren zouden mishandeld worden, we hebben al van alles te horen gekregen. Maar pas heel goed op de koe, dan past de koe ook goed op jou. Zo is het wel. Als je een beetje logisch nadenkt, moet een koe goed in z’n vel zitten, dan heeft ie een goed leven. Dat hebben ze bij ons. Zodra het weer het toelaat, gaan ze naar buiten. We zorgen ervoor dat onze dieren niets tekort komen.”

Waarom heb je Jersey koeien?

“Ik heb wel eens tegen een collega gezegd dat de Jersey koe ‘de kip met de gouden eieren’ is. De Jersey koe is klein. De eerste kregen we in 1998, toen we de overstap naar biologisch maakten. We hadden kampioenen op stal met een gemiddelde van 9700 liter melk per jaar. En dan ga je over op de Jersey koe en maak je de stap naar biologisch. Mensen verklaarden ons voor gek! In die tijd had het biologisch boeren nog een behoorlijk ‘geitenwollensokken- imago’. Inmiddels is het een volwaardige tak binnen de landbouw. Er waren boeren die zeiden, het lijken wel ezels, die Jersey koeien. Die kan je toch niet melken! Maar je moet het gewoon doen! Gewoon de stap zetten. Als je denkt dat je daar heil in ziet, moet je het gewoon doen, wat een ander er ook van zegt. Want je doet het toch nooit goed. We hebben het kalm aangepakt, eerst vijf, toen tien Jerseys laten komen. Daarna ging het per vrachtwagen. En nu hebben we allemaal Jerseys. Mijn zoon heeft dezelfde tik als ik. Ik ging vroeger met koeien naar de keuring. Hij houdt ook van mooie koeien. Van koeien die goed in elkaar zitten en oud kunnen worden.”

Is melk van de Jersey koe juist geschikt voor de productie van boter en kaas?

“Jazeker. Ze geven bij ons zo’n 5500 tot 5700 liter melk per jaar. Met een kleine 6 vet en boven de 4 eiwitten. Wij hebben maar zeven tot acht liter melk nodig voor één kilo kaas. Als je dan praat over de melk van een Holsteiner, met lagere gehaltes, dan heb je het over tien tot twaalf liter voor één kilo kaas. Dat scheelt nogal!

Je maakt biologische boerenkaas onder eigen merk: de Nylander. Wat voor soorten maak je?

“We maken Goudse kaas. Onze specialiteit is de kruidnagel. Rauwmelks. Vroeger werd het gemaakt van hele magere melk. Maar wij gebruiken er de beste melk voor. Onze oude kruidnagel is écht bekend. Via Betty Koster van l’Amuse gaat er heel veel weg, ook naar het buitenland. En hier zijn het alleen de luxe restaurants die onze kaas hebben. Toen corona kwam heeft alles een tijd stilgelegen. Maar op dit moment hebben we weer te weinig kaas. Er is zoveel vraag naar. Wij leveren veel aan Hofweb, een biologische webwinkel in Biddinghuizen. Die bedienen een gebied van de Waddenzee tot aan Zuid-Limburg. Volgens mij gaat het richting de vierduizend klanten. Daar gaat heel veel van onze kaas heen. Alleen van de jonge kaas al zo’n 130 kilo per week.”

Die productie kan je wel aan?

“Op jaarbasis hebben wij een kleine 600.000 liter melk. Momenteel gaat er zo’n vierduizend liter de kaasbak in per week. We hebben de kaasmakerij gebouwd op een planning van zesduizend liter per week. Dus we kunnen nog opschalen. Maar niet boem, pats in één keer. We bouwen het rustig op.”

Hoe zie je de toekomst van je bedrijf?

“Rooskleurig, rooskleurig”, zegt Otto Jan stellig. “Er zijn boeren die slecht slapen, want er is van alles aan de hand in boerenland. Maar ik heb nog geen nacht wakker gelegen. Ik denk dat wij al een heel eind de goede kant op zijn gegaan, juist zoals men het wil. En wij bestaan niet alleen van de verkoop van de melk. Wij willen meer uit de breedte halen en niet alleen maar groter en groter worden. Mijn zoon zei ook al, als ik het met veertig koeien kon redden, dan zou ik er ook maar veertig hebben. Maar dat kan gewoon niet meer. Wij melken zo’n 115 koeien en dat is voor ons genoeg. Met onze drie gezinnen kunnen we daar prima van rondkomen. Plus de vier personeelsleden die bij ons op de loonlijst staan.”

Bekijk de video

Leoni is met haar ploeg in het Friese Heidenskip, bij de biologische kaasmakerij De Nylander. Toen familie Bokma in 2008 de boerderij overnam, wisten ze niets van kaasmaken. Maar hun sprong in het diepe heeft prima uitgepakt. De toekomst zien ze met vertrouwen tegemoet!

Delen

Heeft dit artikel je geholpen?

Gerelateerd

“Ik hoef de mensen echt niet te vertellen hoe ze kaas moeten maken.”

Bert Andreae werkt sinds 1997 bij het COKZ, het Centraal Orgaan voor KwaliteitsZaken. Lees hier het hele verhaal! […]
Geschatte leestijd: 5 minuten

Crowdfunding

Crowdfunding. In 2019 verhuisden Mieke en Gerard Mul, samen met hun jonge kinderen van Drenthe naar Warmond, naar Boerderij Boterhuys. […]
Geschatte leestijd: 5 minuten

Brian Luikel: “Alles van Nederlandse bodem”

Brian Luikel is eigenaar van Restaurant Neder in Alkmaar. “Ik heb nooit een koksopleiding gevolgd." Lees hier zijn verhaal. […]
Geschatte leestijd: 2 minuten