Boer en Zuivel

Geschatte leestijd: 4 minuten


Een mooie kerstgedachte: Kennis delen met kaasmakers in het buitenland

PUM, wat staat voor ‘Programma Uitzending Managers’ is in 1978 opgericht door VNO-NCW, met geld van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Doel is om het midden- en kleinbedrijf wereldwijd, duurzaam en inclusief te laten groeien door het delen van kennis. De organisatie heeft vertegenwoordigers in 36 landen, die contact zoeken met MKB-bedrijven die daar behoefte aan hebben. In Nederland zoekt PUM daar een passende expert bij. Lidia van Leeuwen en Sjaak Koopman gaan regelmatig voor PUM op stap. Dit is hun verhaal.

Lidia, hoe ben jij bij PUM betrokken geraakt?

“Ik ben zelf 45 jaar kaasmaker geweest. Na een lange reis door Afrika kwam ik in contact met iemand die vroeg of ik voor PUM wilde gaan werken. Ik maakte toen zelf nog volop kaas. Er was een gebrek aan kaasmakers in de databank van PUM. En vooral in ontwikkelingslanden heeft men juist behoefte aan een product dat langer bewaard kan worden dan melk”.

Kan je iets over je ervaringen in het buitenland vertellen.

“Ik ben een keer of negen weg geweest. Voor PUM ben ik als eerste naar Peru gevlogen. Dat was m’n eerste missie, zoals we dat noemen. Daar kwam ik op een bedrijf terecht waar ze, naast een florerende varkenshouderij, 25 geiten hadden. Met de mensen daar heb ik de beginselen van het kaasmaken met ze doorgenomen. Inmiddels is dat een goed ontwikkelde tak van het bedrijf, waar zo’n 25 mensen werk hebben gevonden. Er zat ook wel geld achter dat bedrijf. Maar de kennis ontbrak.

Hoe pak je zo’n ‘adviestraject’ aan?

“Je bent daar 14 dagen en daarin kan je best wel wat doen. Je kijkt eerst wat voor materiaal ze hebben. Dat was wel heel provisorisch. Maar je gaat dan toch aan de slag met de spullen die ze hebben. Ik begon met een klein ‘tobbetje’, een vierkant bakje. Daarin hebben we kaas gemaakt. We hebben zelf ook een kleinschalig bedrijf, daar heb ik foto’s van laten zien en leg ik uit hoe je met de hygiëne en opslag van de kaas omgaat. Gelukkig konden zij de materialen aanschaffen die daarvoor nodig waren, zodat ze zelf meteen wat productie konden draaien. Met dit bedrijf heb ik later wel wat contact gehouden, want het is altijd leuk om te weten hoe het verder gaat. Maar dat verwatert meestal vrij snel, is mijn ervaring. Dat vind ik wel jammer.

Welke trip is je het meest bijgebleven?

“Ik heb gewerkt met een Nederlands jongen die in Colombia woont, in de bergen net buiten Bogota. Hij probeerde daar een kaasmakerij op te zetten. En dat is een groot succes geworden. Hij heeft inmiddels diverse prijzen gewonnen. Maar toen ik bij hem kwam stond de kaastobbe nog ingepakt, hij begon bij nul. De waterleiding moest nog aangelegd, net als een voorziening voor warm water. We hebben er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat ik binnen die 14 dagen ook nog even kaas kon maken met hem. En dat is gelukt, hij maakt nu Goudse kaas. Het grappige is dat die jongen ook nog eens in Gouda is geboren.

Sjaak Koopman – van Kaasboerderij Koopman – kwam door ‘iemand uit de buurt’ in aanraking met PUM. Zo kreeg Sjaak mensen uit het buitenland over de vloer die bij hem ‘het kaasmaken’ kwamen leren. Dat inspireerde hem om zelf ook naar het buitenland te gaan. Inmiddels heeft hij boeren in Colombia, Nicaragua, Pakistan en Libanon het vak geleerd.

Wat was je eerste project?

“Dat was een jaar of vijf terug, in Colombia. Ook daar heb ik ze bijgebracht hoe je Goudse kaas maakt. Het grote verschil met Nederland is dat alles daar nog met de hand gaat. Maar de kaasmakerij voldoet aan alle normen. De bedrijfsleidster was vorige week nog even bij ons op bezoek. Ze had een studieweek in Nederland. Ze maken daar nog steeds Goudse kaas.”

Wat is je van al die bezoeken het meest bijgebleven?

“Het contact met de mensen. Ik ben ook in Nicaragua geweest, bij een kaasbedrijf met allemaal jonge mensen van rond de dertig. Toen ik daar weer vertrok, stond een aantal van hen te huilen. Dat doet je wel wat, natuurlijk, dan heb je toch het idee dat je iets goeds gedaan hebt. Via WhatsApp heb ik met veel mensen nog contact. Als ze iets willen weten, dan appen ze mij.”

Twee reizen op het programma

“Het contact met de mensen. Ik ben ook in Nicaragua geweest, bij een kaasbedrijf met allemaal jonge mensen van rond de dertig. Toen ik daar weer vertrok, stond een aantal van hen te huilen. Dat doet je wel wat, natuurlijk, dan heb je toch het idee dat je iets goeds gedaan hebt. Via WhatsApp heb ik met veel mensen nog contact. Als ze iets willen weten, dan appen ze mij.”

Delen

Heeft dit artikel je geholpen?

Gerelateerd

“Ik hoef de mensen echt niet te vertellen hoe ze kaas moeten maken.”

Bert Andreae werkt sinds 1997 bij het COKZ, het Centraal Orgaan voor KwaliteitsZaken. Lees hier het hele verhaal! […]
Geschatte leestijd: 5 minuten

Crowdfunding

Crowdfunding. In 2019 verhuisden Mieke en Gerard Mul, samen met hun jonge kinderen van Drenthe naar Warmond, naar Boerderij Boterhuys. […]
Geschatte leestijd: 5 minuten

Brian Luikel: “Alles van Nederlandse bodem”

Brian Luikel is eigenaar van Restaurant Neder in Alkmaar. “Ik heb nooit een koksopleiding gevolgd." Lees hier zijn verhaal. […]
Geschatte leestijd: 2 minuten