Kaas is jarig
Felix Wilbrink – Voormalig culinair journalist bij de Telegraaf
Je wordt maar één keer zeventig, en hoewel dat ook geldt voor 69 of 71 en voor alle jaren die je leeft, kan het op je zeventigste gebeuren dat er een tent aan je huis wordt gezet. Dat je taarten en bergen Indonesisch eten bestelt en dat je familie belt dat iedereeeeeen komt! Dat wil dan ook zeggen: je kinderen uit de hele wereld, zoals Amerika, Duitsland en Australië. En dat ze mannen, vrouwen en kleinkinderen meebrengen. En dat alle broers en zussen komen, alweer uit de hele wereld, en de neven en nichten en daar weer de partners en kinderen van. Iedereen die familie is of is geworden.
Het feest daverde door me heen en liet me, twee weken later toen ik de laatste naar Schiphol had gebracht, intens vervuld achter. Voor de meesten had ik me ooit meer of minder verantwoordelijk gevoeld, of had ik hun welbevinden in lange gesprekken aan mijn tafel geprobeerd te verbeteren. Nu was het duidelijk dat ze allemaal uitstekend in hun vel staken. Ze waren intens blij elkaar te zien; er werd naar hartenlust geknuffeld en omarmd.
En dan ’s avonds aan de bar in de tent, met de late feestvierders, nog een borreltje met een extreem mooi stuk kaas op tafel. Je zult maar het voorrecht hebben om met Betty Koster bevriend te zijn. Het was Ruyge Weide uit Oudewater, familie Van Vliet. Ik sneed wat stukjes af, we proefden, en het werd stil aan tafel. Dat zegt wat, voor een tafel vol Wilbrinken.
En het grappige was: iedereen nam steeds kleinere stukjes, sliffers, flinters sneden ze af, en ze genoten. Er werd niet om meer gevraagd; het deel dat ik had neergelegd was ze al wonderbaarlijk genoeg. Ik legde het laatste deel weg. Inmiddels was iedere doos in huis omgedoopt tot kaasdoos in verband met het rijpen van de zachte kaasjes die ik al een week van tevoren had ingeslagen.
Het bleef nog dagenlang feest. Ik kwam met twee kleinzoons uit Australië bij de kaasboer waar ik altijd naartoe ga. Niet dat er kaas nodig was, maar ja, altijd leuk om er even langs te gaan. De oudste ging spontaan een proeverij aan en knikte uiteindelijk bij de belegen kaas. Hij aarzelde tussen jong belegen, die opa altijd neemt, maar ging dan een trede hoger. Het stuk kaas droeg hij naar ons huis als een goudschat. Twee weken lang at hij iedere dag een stukje.
Vlak voor het afscheid herinnerde ik mij dat ik in die andere kaasdoos nog wat bijzonders had liggen. Hij proefde en zijn ogen lichtten op! Hij zei niets, knikte alleen, en keek me heel lang aan met die prachtige, vriendelijke ogen van hem. Hij stond op, kwam naar me toe en gaf me een van zijn heerlijke knuffels.
Rest me nog te zeggen dat de jongste kleinzoon met een heel bijzonder cadeau op het feest aankwam. Ja, ja, een stuk kaas. Dat leek hem wel wat voor opa. Een heerlijke bergkaas ook nog. Kaas is 70 en weet je wat? Doe mij maar een stukje…!
Delen
Heeft dit artikel je geholpen?
Gerelateerd
Noteringen januari 2026