Boer en winkelier samen achter boerenzuivel
De Bond van Boerderijzuivelbereiders (BBZ) en Vakcentrum Foodspecialiteiten gaan hun samenwerking intensiveren. Zowel boerderijzuivel als de speciaalzaak moeten zo meer gaan profiteren van elkaars kracht. De besturen van BBZ en Vakcentrum Foodspecialiteiten hebben hiervoor een programma opgesteld.
“De bedrijven die deze twee instanties vertegenwoordigen – de boeren en de winkeliers – kunnen elkaar heel goed aanvullen, en kunnen daarmee elk een betere positie verwerven in de markt,” stelt Marije van der Poel, namens het promotieteam van de BBZ. Cees Slob, voorzitter van de BBZ vult aan: “De boer moet wat dichter bij de winkel komen te staan, en de winkelier wat dichter bij de boer. We willen de kloof verkleinen, of helemaal doen verdwijnen.” Rick Brantenaar namens Vakcentrum Foodspecialiteiten zegt: “Het is een strategische alliantie. De op de boerderij geproduceerde kaas en zuivel vinden veelal hun afzet via de specialiteitenwinkels en de weekmarkten. Zeker rauwmelkse producten zijn bijna exclusief verkrijgbaar via die kanalen en de boerderijwinkels.”
Wat betekent deze alliantie?
Brantenaar: “Een gewone samenwerking hebben we al, bijvoorbeeld door samen ‘ Oktober Maand van de echte Boerderijzuivel’ te promoten. Een strategische alliantie wil veel verder gaan. Samen werken aan opleidingen en trainingen, borging van de kennis, aan beide zijden van het spectrum. Om zo te zorgen dat het verdienmodel van de zelfzuivelende boeren wordt geborgd en het onderscheidend vermogen van de kaasspecialisten verder wordt vergroot. De boerenzuivel moet weer een premiummerk worden. Dat is het een beetje kwijtgeraakt door verschillende factoren, en nu gaan wij zorgen dat de boerenzuivel weer terug op dat verdiende premiumniveau komt te staan. Dat betekent dat we letterlijk bij elkaar in de keuken gaan kijken. Dat we elkaar gaan opvoeden.
We nemen de boeren mee de winkels in, we gaan met boeren en winkeliers bij elkaar om tafel zitten om erachter te komen wat ieders primaire behoefte is, als het gaat om storytelling, productkennis, productbereiding en historisch erfgoed. De winkelier moet op boerderijen rondlopen, om te weten wat het betekent om in de klei te staan. Om voor een paar dubbeltjes per kilo je in het zweet te werken om tot zulke prachtige producten te komen. Op het moment dat die emotie gaat leven bij de winkelier gaat hij het overbrengen op die consument.” Slob: “Hij/zij moet ons verhaal overbrengen door zich meer te verdiepen in het product.” Martine IJmker, promotieteam BBZ: “Daarvoor moet hij die kennis ook wel aangereikt krijgen. Daar is die samenwerking ook voor bedoeld.”
Waarom komt die samenwerking nu? Is de tijd er rijp voor? Is de nood hoog?
Van der Poel: “Beide. Als je ziet wat er voor de boer onder de streep overblijft, dat is te weinig. Voor veel boeren is dat een hoge nood. Tegelijk is de tijd er ook rijp voor. De consument is zoekende, wil vaker lokale producten, ze worden chauvinistischer in hun smaak.” Brantenaar: “En supermarkten hebben een aantal jaren geleden rauwmelks losgelaten. In kilo’s is dat een enorme aderlating. Daarnaast komt in een studie onder foodspecialiteitenwinkels naar voren dat onze ondernemers veel meer moeten focussen op premium modellen. Dat doen we al in samenwerking met ICEX, de Spaanse handelsorganisatie, en met Switzerland Cheese Marketing, in een ambassadeursprogramma. Die contacten maken dat wij ook met de BBZ naar een goede samenwerking willen gaan. En samen zagen we al heel snel dat we dit heel intensief moeten maken.”

Er is wel vaker samengewerkt, maar niet zo intensief als de plannen nu laten zien…
Brantenaar: “In het verleden is er vaak met elkaar meegedacht, maar waren het steeds twee eilanden. Nu creëren we een wij-land.”
Hoe gaat het nu met producten van de boerderij?
Van der Poel: “De vraag is groot.” Jeantine van Dusseldorp, promotieteam BBZ: “Dat is zo, maar daaraan moet toegevoegd worden dat het voor veel boeren steeds lastiger wordt om het goed te produceren én om het rendabel te houden. Met name zuivel. Maar ook hygiëne en regelgeving maken het voor de producent niet makkelijk. Tegelijk moeten we wel actief blijven om de vraag in stand te houden.” Brantenaar: “Productie en afzet, daar zitten de uitdagingen.”
Hoe gaat het met de foodspecialiteitenwinkels?
Brantenaar: “Waanzinnig goed. Alleen, ook de foodspeciaalzaken zien dat supermarkten inhaalslagen maken als het gaat om vers, convenience en lokaal. Dus blijft het zaak om aan het onderscheidend vermogen te blijven werken. En wat is het grootste onderscheidend vermogen voor bijvoorbeeld een kaasspeciaalzaak? Het cultureel erfgoed, de kaas gemaakt op de Nederlandse boerderij. Eerlijker en lokaler kun je het niet vinden.”
Hoe krijgt deze samenwerking vorm?
Brantenaar: “We willen eens per kwartaal overleggen, en in het begin veel vaker, omdat we nu een programma moeten gaan opzetten, een trainingsprogramma voor de beginner. Denk aan de scholier die een bijbaantje heeft in de winkel. Maar ook programma’s voor de meer ingevoerden en voor de toppers. Want ook de mensen met topkennis van het boerenproduct kunnen nog steeds nieuwe dingen bijleren. Bijvoorbeeld in storytelling. Bied je storytelling en het juiste assortiment met de juiste kennis, dan ben ik voor 80 procent zeker dat je er ook een product mee verkoopt. Sterker nog: dat weet ik uit eigen ervaring.”
Boeren moeten meer begrip krijgen van de winkelsituatie, winkels moeten meer begrip krijgen van het werk van de zelfzuivelende boer. Wat gaat er gebeuren?
Brantenaar: “We overwegen de regionale kaaskeuringsplatformen te gaan gebruiken om meetings te organiseren, om boeren en winkeliers samen te brengen. Die locaties en platformen zijn er al. Die momenten moeten we hiervoor aangrijpen om die kennis te delen.” Van der Poel: “Met name de Cum Laude, dat is nu een boerenfeestje.” Slob: “In 2026 verhuist de Vakbeurs naar Gorinchem. In de week van de vakbeurs vindt ook de grote regionale kaaskeuring van Hoornaar plaats (Hoornaar ligt vlak boven Gorinchem, red.). Volgend jaar willen we die kaaskeuring laten plaatsvinden op de Vakbeurs.”

Wat moet de winkelier gaan doen?
Slob: “Hij moet het juiste verhaal naar buiten brengen, en zich meer verdiepen in de producten.” Brantenaar: “Maar daarvoor moeten wij zorgen dat hij die juiste product- en bedrijfskennis krijgt aangereikt. Zodat hij weet welke boer zijn ziel en zaligheid geeft aan de producten die in zijn winkel op de planken liggen. Hoe precies, dat gaan we nog uitwerken, maar denk aan een database met informatie over boeren en kazen, met bijbehorende foto’s, berichten voor social media, formats voor leaflets et cetera, waarmee we de winkelier kunnen ondersteunen.”
Wat kunnen boeren anders gaan doen?
IJmker: “Sommige boeren moeten vaker van hun erf af en het verhaal vertellen in de winkel, zich openstellen voor de winkeliers en de consument van hun producten. Weten wat er in de winkels gebeurt.” Van Dusseldorp: “En geloof hebben in hun product en hoe bijzonder dat product is. In wezen hebben ze goud in handen, maar ze durven het niet aan de markt te geven.” Van der Poel: “Vroeger ging alle kaas naar de markt, en werd met handjeklap anoniem verkocht als ‘boerenkaas’. Tegenwoordig wordt alle kaas verkocht als merk onder naam van de boer: kaas van Boer Bert. Maar waarom weet die boer vaak niet eens waar zijn kaas ligt? Op de Vakbeurs wordt op alle stands sier gemaakt met de koppen van boeren en boerinnen. Dat zegt genoeg: het woordje ‘boerderij’, of ‘boer’ en ‘boerin’, dat is de kracht.”
Hoe kijken beide partijen aan tegen deze samenwerking?
Van der Poel: “We zijn er heel blij mee. Dat meen ik echt.” IJmker: “Na heel veel te hebben bereikt in de afgelopen jaren is dit een belangrijke nieuwe stap. We hadden die extra input nodig om het geheel naar een hoger level te brengen.” Brantenaar: “We hebben veel geleerd van de samenwerking tussen groothandels en producenten in de promotie van graskaas. Daarin is eigenlijk het zaadje gepland van deze nieuwe samenwerking. Want met graskaas hebben we laten zien hoe we samen een product beter positioneren in de markt. De datum voor de Graskaasdag werd door veel omstandigheden beïnvloed. Dat we het toch met alle partijen goed hebben kunnen organiseren geeft aan wat we samen kunnen bereiken. Het kan dus wel. En daarom zitten we hier.”
Delen
Heeft dit artikel je geholpen?
Gerelateerd
De Boerderijzuivel Marketing Awards 2026