Gouden glans
Felix Wilbrink, voormalig culinair journalist bij De Telegraaf
Wanneer jullie – de kaasmakers – je mooiste, egaalste, glimmendste, rondste en fijnste prachtkaas hebben ingeleverd, stuur ik ieder jaar op de maandag voor het Cum Laude-feest de oude schicht richting Fort Wierickerschans. Eerst altijd via de A12 over de dubbele Wiericke heen. Ja, natuurlijk, Wierickerschans en de dubbele Wiericke hebben met elkaar te maken. De Wiericke is er al sinds 1367, een kanaal gegraven om water van de Oude Rijn te lozen op de Hollandse IJssel. Maar dat was nog niet voldoende: in 1364 kwam er ook de enkele Wiericke. Dat zag je wel aankomen toch? Als er dubbel is, zal er ook wel enkel zijn. Het vreemde is dat – zoals ik het lees op Wikipedia – de enkele na de dubbele kwam. Nou ja, 1360, maakt het veel uit? Een beetje misschien, want het is die enkele Wiericke die om jullie fort Wierickerschans stroomt. Of nog weer beter gezegd, stadhouder Willem III laat het fort bouwen, een beetje mosterd na de maaltijd: als het Fort er al was geweest had hij de Fransen die zich na de zoveelste plundertocht in 1673 uit de voeten maakten, klem kunnen zetten.
Het is maandag. Altijd mooi weer, behalve als het heel slecht weer is, maar dat merk ik nooit. Ik zet de auto dan op de grote parkeerplaats en loop over de brug naar het tunneltje richting het fort. Op de brug blijf ik staan. Het licht schittert altijd in het water, kleine golfjes opgeduwd door een flinke wind. Eindeloos landschap links, rechts de weg, maar die lijkt ook al ver weg. Omsloten door fonkelend water, hangend op die brug, genietend van de overvliegende zwanen en ganzen en teer groen, raak ik dan ook altijd in dichterlijke vervoering. Dan wil ik beschrijven dat jullie boeren TOEN al, zelfs toen er nog geen Wiericke was, toen het Fort er nog niet was gebouwd, daar in de verte al een plekje in het natte land hadden gevonden waar jullie met drie, vier koeien zó goed boter en kaas maakten dat er al export richting Antwerpen, Frankrijk en zelfs Londen ontstond. In 1610 staat er in Engelse douanedocumenten: ‘Holland Cheese 10 cwt’. Wat zou een ‘cwt’ zijn geweest? Maar nog eerder, in de 14de eeuw zijn er al Gelderse tolrekeningen voor Hollandse kaas, voor de markt in Hamburg!
En daar op die brug over het prachtige water verzin ik dan iedere keer weer een toespraak. Niet over die vermaledijde VOC, niet over de Hollandse Handelsgeest, maar over boeren die sloten groeven door hun natte land, die mest, stro en land opbrachten, die uit het half verzonken waterland een landschap maakten.
Ik heb er vaker gestaan, toen jullie aankwamen, druk van de spanning: hoe goed heeft mijn kaas gescoord? Ik heb er gestaan na afloop tussen de uitgelaten boeren, die hun punten en vermeldingen en bekers koesterden. Maar het mooiste is de maandag, zo vlak voor de keuring. Verbeeld ik me het, of zie ik heel zacht de gouden glans van de Den Besten Cum Laude Gouden Melkbus over het water oplichten?
PS: een cwt in 1610 was een hundredweight en 10 cwt kwam neer op 508 kilo kaas!!!
Delen
Heeft dit artikel je geholpen?
Gerelateerd
Noteringen april 2026